Posts tonen met het label Jemaa El Fnaa. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jemaa El Fnaa. Alle posts tonen

woensdag 12 maart 2014

De gastheren en gastvrouwen

Als toerist zijn het de gastheren en gastvrouwen die je contact met de wereld om je heen zijn. Je bent afhankelijk van de goodwill van de uitbaters en kelners. In Marrakesh zit je dan meestal wel goed. Alhoewel het aan te raden is een Riad te nemen waar de eigenaar aanwezig is. Wij scoorden over het algemeen goed omdat Bert Arabisch sprak. Zodra ze haar mond opendeed dachten de meeste mensen dat ze Libanees was. Een gebaar in de richting van de gastheren en dames, en dat heeft niets met fooien van doen, wordt zeer op prijs gesteld. Anders blijf je als toerist alleen maar een ongelovige waar geld aan te verdienen valt. Op onze laatste dag in Marrakesh aten we in één van de vele dakterrasrestaurantjes in de Soek. Zoals verwacht was het diner verrassend en smakelijk. We hadden voor vegetarisch gekozen: wat altijd een goed alternatief is vanwege het ruime aanbod aan groenten. Bert raakte in gesprek met de kelner. Hij had een beetje moeite met haar ‘echte’ Arabisch, maar ze kwamen er uit en het werd een vrolijke uitwisseling. Uiteindelijk gaf hij haar een ontroerend en welgemeend compliment: soms ontmoet je mensen die beter zijn dan je je kan voorstellen. Op de tekeningen staan Khadija van Riad Dar Khimissi en Mohammed van restaurant en ijssalon Alhambra aan het Jemaa El Fnaaplein. (Mohammed de Boodschapper Gods en zijn eerste vrouw Khadija zijn erg populair bij het naamgeven van kinderen in Marokko.) (10,12)

zaterdag 8 maart 2014

De Touareg

In Marrakesh op het Jemaa El Fnaaplein staat een bord met daarop een karavaan kamelen en een man in het blauw. Het opschrift is: Timbouctou 53 dagen. In de Draavallei 450km verderop kom je hetzelfde bord tegen. De afstand naar Mali is nog steeds 53 dagen. In werkelijkheid is de afstand onoverbrugbaar. Het is de nostalgische verwijzing naar de tijd dat de grenzen open waren en karavanen zich regelmatig verzamelden voor de lange tocht. Nu is het voor de toeristen om ons het gevoel te geven dat het ‘echte’ binnen handbereik is. De Touaregs zijn een Berberstam die in Noord Mali en Zuid Algerije woont. De stam hield zich vooral bezig met karavaanhandel in dat deel van de Sahara en de mannen staan bekend om hun blauwe gewaden en tulbanden en het pikante feit dat zij gesluierd zouden gaan terwijl de vrouwen dat niet doen. Gesluierd is een groot woord. Ze dragen een stofdoek voor de mond. Meestal zwart wat in sterk contrast staat met de lichtblauwe kleur van de rest van hun ‘outfit’: heel sexy. In Marokko zijn ze inmiddels uitgegroeid tot een ware mythe die voor de toeristen in stand wordt gehouden. Je vraagt je af hoeveel van de in het blauw geklede mannen ook werkelijk Touaregs zijn. De meeste ‘Touaregs’ verkopen tapijten en ‘bibelots’ of begeleiden toeristen op kameel ‘expedities’ in de duinen. Op de tekening is Bert in vergeefse onderhandeling met een ‘Touareg’ over de veel te dure prijs van een tapijt. Later zou ze van weer een andere ‘Touareg’ eenzelfde tapijt kopen dat een derde van de prijs was. Volgens die handelaar kocht hij de tapijten in Mauritanië, maar waarschijnlijk worden ze door vrouwen uit de buurt gemaakt. (41)

zaterdag 1 maart 2014

Wat het land biedt

De eerste avond in Marrakesh moest en zou ik meteen naar het beroemde Jemaa El Fnaaplein om de sfeer te proeven. Ik had nog niet gegeten, dus Bert nam mij mee naar een van de vele marktrestaurantjes waar je aanschuift en ziet en proeft wat het land je te bieden heeft. Het was een bonte, geurige, rokerige en lawaaierige ervaring. Verse etenswaren zoals groenten, vlees, vis en gevogelte waren in grote overvloed uitgestald. Het was moeilijk om te kiezen. Maar als je een keuze had gemaakt werd het met een nood vaart gebakken, geroosterd of gestoofd en verscheen het op kleine bordjes met brood voor je neus. Ik vond het zo’n geweldige ervaring dat ik al etend de berg verswaren zat te tekenen met aan de leiding een Marokkaanse schoonheid met cowboyhoed op. Behalve de aanschuiftafels waren er ook de karren met hoog opgetast fruit en vers geperste sapjes. Zo heb ik het nergens meer gezien. Wel de overdaad, maar niet deze snelle manier van bereiden. Meestal gaat het langzaam en met zorg alsof een eerbetoon gegeven wordt aan alles wat geoogst is. Toen we na de culinaire hectiek van het Jemaa el Fnaaplein terugkuierden naar onze Riad, kwamen we langs de buurt kruideniertjes verstopt achter een loketje of in een smalle volle pijpenla. Daar worden flesjes, blikjes, pakjes en ingelegde en gedroogde etenswaren verkocht. Zelfs de verpakte koekjes geven hier de indruk versgemaakt te zijn. (3)

zondag 29 december 2013

De Kat

In het deel van Marokko waar ik tekende hebben katten een goed leven. Oude bronnen vermelden dat Mohammed, de Boodschapper Gods, dol was op katten. Het lijkt erop dat de bewoners van Marrakesh en de Draavallei zijn goede voorbeeld met overtuiging volgen. De meeste katten in de Medina leken bij een voordeur te horen en als ze onafhankelijke buurtbewoners waren, stond er ergens op een rustig plekje wel een hele rij etensbakjes voor ze klaar. Ook de dames-gebedsruimte in de buurt van het beroemde Jemaa El Fnaaplein wordt door veel weldoorvoede poezen bezocht. In de dorpen en stadjes is het niet anders. De twee schatjes op deze tekening zorgen ervoor dat de bezoekers van dit caféterras in Ouarzazate veilig hun kopje NousNous of thee kunnen drinken in de schaduw van een rieten parasol.(37)